Interview met Theo van der Molen

Door 6 juli 2017Interview

De Doarpstún Snakkeburen is één van de eerste dorpstuinen van Fryslân wordt door veel dorpen als groot voorbeeld gezien. Theo van der Molen vertelt graag over zijn passie, de succesfactoren en valkuilen.

Er wordt hard gewerkt op deze zonovergoten ochtend in de Doarpstún van Snakkeburen. Vrijwilligers bouwen aan het nieuwe ‘praathuis’, er wordt geschoffeld en gewied en op het grasveld wordt een partytent opgezet als beschutting voor de groep belangstellenden die ’s middags op excursie komt. Theo van der Molen zit er vanuit een prieeltje naar te kijken, maar zijn vingers jeuken. ‘Dit is de drukste tijd van het jaar, maar ook de mooiste’, zegt hij. De tuin staat er dan ook prachtig bij. De pluktuinen bloeien volop, er is genoeg groente die geoogst kan worden en rond de akkertjes hangt de geur van verse aardbeien.

Theo van der Molen was in 2001 samen met Dick Gaardenier initiatiefnemer van de dorpstuin en is nog steeds de ‘grote sleurder’ zoals hij zelf zegt. Samen met Geartsje Janssen vormt hij het ‘managementteam’ dat zorg draagt voor de dagelijkse gang van zaken in de tuin. Beide op vrijwillige basis. Een keer per week hebben ze overleg met het stichtingsbestuur over de grote lijnen en het vasthouden van de visie achter de dorpstuin.

Want die visie is erg belangrijk, stelt Theo. In 2001 zetten ze de visie op papier en daar is altijd aan vastgehouden. De dorpstuin heeft verschillende doelstellingen: het kweken van groente, fruit en bloemen op biologische basis, het openstellen voor culturele activiteiten, verkoop van de oogst in de eigen winkel aan donateurs, het aanbieden van kleine horeca en educatieve activiteiten zoals workshops en lessen voor schoolklassen. Het gebeurt allemaal op de inmiddels 2,5 hectare aan de rand van Snakkeburen. ‘En dat allemaal met vrijwilligers’, benadrukt de initiatiefnemer, die zelf werkzaam was in het maatschappelijk werk.

In totaal zijn er zo’n 70 vrijwilligers die twee tot drie keer per week een dagdeel komen helpen. De groep is breed: van idealisten die de nadruk leggen op de biologische teeltwijze

tot mensen die het leuk vinden om samen iets te doen of op zoek zijn naar een zinvolle dagbesteding. Ook is er een groep die met behoud van uitkering in de tuin kan werken. Iedere ochtend om 9 uur is er koffie en wordt het werk verdeeld.

De ‘grote lijnen’ worden in de winter uitgezet. Dan maken Theo en Geartsje een zaai- en plantplan en daarop afgestemd een bemestingsplan en worden de doelstellingen voor het komende jaar vastgesteld. In augustus maken ze het winterplan en plannen ze activiteiten als groot onderhoud, snoeien en rooien.

Doarpstún Snakkeburen is de oudste dorpstuin in Friesland en geldt als hét grote voorbeeld voor andere dorpen. ‘Ik denk dat er al wel 50 dorpen hier zijn geweest om te zien en te horen hoe wij het doen.’ Hij is daarom blij dat de themagroep Voedsel & Landbouw van Netwerk Duurzame Dorpen de informatievoorziening over dorpstuinen heeft opgepakt. Want een dorpstuin is actueel, ervaart hij. ‘Mensen beginnen zich zorgen te maken over de klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Er zijn altijd mensen die zelf wat willen doen en dat vertalen in eigen initiatieven. Daarnaast is voedsel en alles wat daarmee te maken heeft een actueel item, evenals de sociale cohesie binnen buurten en dorpen. In een dorpstuin zitten al deze dingen verweven. Mensen zijn hier betrokken bij hun voedsel en door samen een tuin te beginnen, leer je elkaar kennen. Het leuke is dat overheden dit nu ook beginnen in te zien en een dorpstuin als nieuw aspect van het dorpsleven beschouwen.’

Niet dat het allemaal vanzelf gaat, waarschuwt de pionier uit Snakkeburen. ‘Het gaat hier nu

heel erg goed, maar we hebben ook wel slechte tijden gekend. Vrijwilligers haken op een gegeven moment af en er komt onenigheid over van alles en nog wat, daar krijg je als dorpstuin mee te maken. Die negatieve kanten moet je ook benoemen en die willen belangstellenden uit andere dorpen ook weten.’

Belangrijk voor een succesvolle dorpstuin is een visie die duidelijk is verwoord en die ook wordt gevolgd, stelt hij. En vrijwilligers die het vele werk willen doen, maar ook ‘sleurders’ die doorzetten als anderen afhaken en de visie bewaken.

In augustus wordt hij 70 en hij komt nog dagelijks naar de dorpstuin. Het praktische werk wordt te zwaar, maar hij is er voor het overzicht en advies en weet vrijwel elk plantje te staan. De vrijwilligers kent hij allemaal en als er iemand mist, merkt hij dat meteen. ‘Weet je wat hier zo mooi is? Wij kennen hier geen rangen en standen en opleidingsniveaus, iedereen is gelijk. Wij doen gewoon, en dat kun je op twee manieren beklemtonen.’

Tekst en foto Theo: Ida Hylkema
Andere 2 foto’s van website Doarpstún

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone