Boerenbloed

Boerenbloed

26 oktober 2015


We zitten met het team en bestuur van Doarpswurk in de trein naar Den Haag voor een ontmoeting met Lutz Jacobi en een rondleiding in het Tweede Kamer gebouw. Hoog op de agenda staan duurzaamheid en de visie van Doarpswurk op de nieuwe democratie.

Als we door het gebied van de Oostvaardersplassen rijden, komt het gesprek op de film De Nieuwe Wildernis. Een film met mooie opnames van ‘wilde’ dieren in Nederland, in soms barre winterse omstandigheden. Zo winters dat het wel Siberië lijkt! We praten over het feit dat de populaties dieren het er zo goed doen dat in de winter het afgebakende gebied van de Oostvaardersplassen te klein blijkt te zijn en daarom veel dieren een akelige hongersdood sterven.

Terecht is daar met enige regelmaat discussie over. Kun je dieren in een gebied waar ze niet verder kunnen trekken om voedsel te zoeken, laten verhongeren en dat ‘de nieuwe wildernis’ noemen?

Bij mij, als geboren Haagse, maar inmiddels woonachtig in Friesland en al 35 jaar getrouwd met een melkveehouder, komt dan het boerenbloed in opstand. Nee, dat kan niet. Zelf zijn wij 7 dagen in de week in touw om onze koeien zo goed mogelijk te voeren, te verzorgen en twee keer daags te melken. En ja, dat gaat soms op het scherpst van de snede, want uiteindelijk moet er ook bij ons brood op de plank komen. Maar de zorg voor het welzijn van onze koeien en het agrarische landschap staat altijd bovenaan.

Dat maatschappelijke groeperingen als Wakker Dier en de Partij voor de Dieren daar anders over denken, is wel duidelijk. Veehouders staan machteloos tegenover de programma’s als Zembla en Radar, die deze clubs keer op keer een podium bieden om feiten te verdraaien of gekleurd naar buiten te brengen en zo de publieke opinie negatief beïnvloeden. (Wat wil je ook als de presentatrice van Radar een relatie heeft met de voorzitter van de Partij voor de Dieren…)

Toch kunnen wij trots zijn op onze agrarische sector en moeten wij zelf de positieve verhalen blijven uitdragen.

Dat wij als sector een groot aandeel hebben in de economische activiteit op het platteland. Dat de koeien in Nederland het nog nooit zo goed hebben gehad als nu. Ze lopen nog steeds voor het overgrote deel ’s zomers buiten, kunnen in de stal lekker liggen op waterbedden, worden desgewenst automatisch op de rug geborsteld of gemolken, hebben voer in overvloed en lopen vrij rond in een schone, luchtige stal. Toen wij begonnen als boer stonden de koeien zes maanden vast op dezelfde plek in een bedompte, vochtige stal; juist toen waren zij niet te benijden.

Door de verstedelijking, en het teruglopende aantal boeren, verdwijnt de kennis  bij veel burgers over de agrarische sector. Gelukkig voelen in Fryslân veel mensen zich nog verbonden met de landbouw. Net als in de agrarische sector verandert er in onze dorpen ook het nodige. De overheid trekt zich steeds meer terug en alleen enthousiaste en gepassioneerde vrijwilligers brengen nieuw elan en trekken de kar. Dat geeft energie, letterlijk en figuurlijk. Bij veel boeren wordt op het bedrijf energie opgewekt door de zon, wind of uit mest, innovaties in de landbouw lopen voorop in de wereld. Maak daarom vooral ook gebruik van het ondernemerschap van de boeren in uw dorp. En natuurlijk van de kennis van de enthousiaste medewerkers van Doarpswurk!

Gastblogger Anne-Marie van der Geest, LTO Noord afd. Weststellingwerf
Tevens Secretaris bestuur van Doarpswurk

Deel dit bericht: