Roelof Bos

Roelof Bos

12 november 2015


Als u mij vóór mijn benoeming als voorzitter had gevraagd waarmee Doarpswurk zich bezighoudt, zou ik leefbaarheid van het platteland hebben genoemd. Maar leefbaarheid is een breed begrip. Al googlend op dit begrip, kwam ik ergens wel negen definities tegen. Juist bij het steeds veranderende begrip leefbaarheid ben ik in mijn werkzame leven vanuit verschillende invalshoeken betrokken geweest.

Mijn eerste werkgever de Rijkslandbouwvoorlichting, had vlak na de oorlog vooral als taak de voedselproductie beter en efficiënter te maken. Leefbaarheid in die context had betrekking op productie. In de jaren ’70 het voorkómen en bestrijden van de milieubelasting; de hoge mestgiften of bestrijdingsmiddelen. Bij mijn tweede werkgever de landbouworganisatie, leidde dat in de jaren ’90 nog tot heftige protesten.

In 2007 werkte ik vanuit de provincie Fryslân mee aan de omslag van de meer klassieke ruilverkavelingen naar “integrale gebiedsontwikkeling”. In de pilot in Dongeradeel schoof Doarpswurk voor het eerst aan tafel. We inventariseerden de wensen vanuit de dorpen en probeerden die in de gebiedsontwikkeling mee te nemen. Leefbaarheid werd echt een thema. Dat was voor alle partijen wennen.

De laatste jaren krijgt leefbaarheid een nog bredere context. Niet de overheden maken de leefbaarheid, maar het gebeurt “van onderop”.  Bewonersinitiatieven starten nu vaak al lang voor de bestuurders in beeld zijn.  Ook de rol van dorpsbelangen verandert daardoor. Mondige inwoners van een wijk of straat bepalen zelf hoe ze de leefbaarheid van hun omgeving vorm geven.

Maar leefbaarheid wordt nu ook op een andere manier een thema. Kijk maar naar de actuele krimpdiscussie in Fryslân. Krimp en leefbaarheid worden geassocieerd met behoud van de kleine school, met het voortbestaan van de sportclub, de kerk, de laatste winkel in het dorp en met verpauperende woningen. Hoe houden we een krimpend platteland leefbaar? Dat is de vraag!

Kijk, en dan komt een organisatie als Doarpswurk in beeld. De missie van Doarpswurk is, dat ze “initiatieven ondersteunt en stimuleert die de leefbaarheid op het Friese platteland versterken”. Als we dat doen met toepassing van nieuwe manieren van samenwerken tussen inwoners, hun dorpsbelangen en de politiek, ontstaat er volgens mij iets moois. Dát vind ik voor de komende jaren de uitdaging voor de Fryske mienskip, voor politici en voor medewerkers én bestuur van Doarpswurk. In het belang van leefbaarheid.

Deel dit bericht: