Dorpencoördinator wijst de weg binnen de gemeente

Dorpencoördinator wijst de weg binnen de gemeente

23 december 2019


Een dorpencoördinator is voor de meeste dorpsbelangen het eerste aanspreekpunt van de gemeente. De coördinator heeft contact met de dorpen en wijken en zorgt ervoor dat de wensen, klachten en ideeën op de juiste afdelingen terecht komen. Twee van hen aan het woord.

De grote plattelandsgemeenten zoals Súdwest-Fryslân en De Fryske Marren hebben meerdere dorpencoördinatoren. Kleinere gemeenten hebben één dorpen- en wijkencoördinator, die de hele gemeente onder zijn of haar hoede heeft. De functie van de coördinator is vrijwel gelijk, maar de werkwijze verschilt per gemeente.

Marion van Everdink is sinds 2015 de dorpencoördinator van de gemeente Dantumadiel. Naast haar eigen werkbezoeken aan de dorpen organiseerde ze voor het college van B&W een ‘dorpenroute’ en ‘brochjes’. Het nieuwe college ging in gesprek met inwoners om zo te horen wat er speelt in de dorpen. Jaarlijks heeft het college contact met alle dorpsbelangen afzonderlijk en met het federatieve verband van Dorpsbelangen in Dantumadiel. ‘Allerlei geluiden uit de dorpen’ komen bij de dorpencoördinator binnen. Dat loopt van klachten over het snoeiwerk tot een initiatief van een dorpsbelang of een groep bewoners.

Adry Attema-Dijkstra van de gemeente Harlingen doet hetzelfde in de vorm van een ‘wijkenschouw/dorpenschouw’. Haar werkgebied bestaat uit 2 dorpen en 14 wijken. ‘Ik ben de spin in het web’, zegt ze. ‘Tijdens zo’n wijkschouw horen we wat de mensen graag willen in hun wijk. Vaak gaat het om praktische zaken zoals verkeersveiligheid, het parkeerbeleid en de inrichting van de straat. Door naar de mensen toe te gaan, weet je wat er speelt. We hopen dat de mensen willen meedenken om de leefbaarheid van hun wijk zo goed mogelijk te houden.’

‘Een dorpencoördinator zit dicht tegen het oude opbouwwerk aan’, zegt Van Everdink. ‘Wij willen mensen weerbaar maken en in hun kracht zetten. Daarmee bedoel ik dat we ze willen laten zien wat ze zelf kunnen en helpen om hun wensen op het gebied van leefbaarheid op de goede tafel te leggen. Bekwame Dorpsbelangen vinden hun weg wel, wij willen er ook voor de bewoners zijn die de weg binnen de gemeente nog niet zo goed weten te vinden.’

De dorpen- en wijkencoördinator gaat met de wensen en opmerkingen naar de desbetreffende afdelingen in het gemeentehuis, die het verder oppakken. Een werkwijze die gaat veranderen als in 2021 de nieuwe Omgevingswet wordt ingevoerd. Deze Omgevingswet gaat uit van burgerinitiatieven die door de initiatiefnemers en de gemeente samen worden uitgewerkt. Dat betekent dat een ambtenaar niet meer vanuit een bepaald ‘hokje’ naar het initiatief kijkt, maar dat een bredere blik van het ambtelijk apparaat nodig is.

De Omgevingsvisie zal voor een grote cultuuromslag op de gemeentehuizen zorgen, verwacht Marion van Everdink. ‘Gemeenten zijn nu bezig met het maken van een Omgevingsvisie waarbij de inbreng vanuit de samenleving belangrijk is. Het is dus zaak om met de dorpen in contact te treden om te horen wat zij belangrijk vinden. Daarna volgt de uitwerking van plannen waarbij ambtenaren actief gaan samenwerken met de initiatiefnemers. Als dorpencoördinator ben ik nu het contactpersoon, maar in de toekomst moeten mijn collega’s achter het bureau vandaan komen en zelf met de samenleving in contact treden. In feite kunnen wij als dorpencoördinator op den duur overbodig worden en zullen de ambtenaren zelf contact zoeken met de burgers, maar daar gaat nog wel vijf tot tien jaar overheen.’

De nieuwe Omgevingswet vraagt niet alleen een andere instelling van het ambtelijk apparaat binnen de gemeente, maar ook van de burgers. Zij worden geacht zelf met initiatieven te komen. ‘De burger moet mondiger worden en de kans krijgen om dat te leren. We hebben wel een paar voorlopers in de dorpen, maar er zijn ook dorpsbelangen die nog behoorlijk behoudend zijn. Zij zitten niet op veranderingen te wachten.’

Een rondgang bij andere gemeenten wijst uit dat de Omgevingswet nu vooral in het stadium van het maken van een Omgevingsvisie zit en dat er nog weinig duidelijk is over de toekomstige rol van de dorpencoördinator. ‘Ik ben zelf nog niet zo met de Omgevingswet bezig’, zegt Adry Attema-Dijkstra. ‘Dat doen andere afdelingen. De inwoners van Harlingen weten de wijk-dorpencoördinator nu goed te vinden.’

Tekst en foto: Ida Hylkema

Deel dit bericht: