Feanwâlden/ Feanwâldsterwal oefent met lokale democratie

Feanwâlden/ Feanwâldsterwal oefent met lokale democratie

30 oktober 2017


Vereniging van Dorpsbelangen Veenwouden/Veenwoudsterwal e.o. gaat binnenkort van start met een project lokale democratie. Via workshops en een pilot wil het dorp grip krijgen op nieuwe ontwikkelingen zoals burgerparticipatie en de veranderende rol van dorpsbelang.

Mathilde Hommes is voorzitter van de vereniging en legt uit waarom voor het project is gekozen. ‘We liepen als dorpsbelang tegen verschillende dingen aan. Door veranderingen in de maatschappij en burgerparticipatie moeten nieuwe samenwerkingen worden gezocht. Het is moeilijk om nieuwe bestuursleden te krijgen, terwijl we als dorp steeds meer taken van de gemeente krijgen toebedeeld. Dantumadiel is daar vrij rigoureus in, maar we kunnen als bestuur niet alles oppakken. We zijn vrijwilligers en bovendien willen we dat ook niet.’

Jaap Koen Bijma van Doarpswurk begeleidt de vereniging al enige tijd in haar zoektocht naar een nieuwe rol. Hommes: ‘Er is de afgelopen tijd al wat veranderd. Zo zitten we als dorpsbelang niet meer in iedere commissie in het dorp, maar laten we veel meer aan de bewoners zelf over. Als dorpsbelang hebben we nu meer de rol van faciliteren, adviseren en het proces bewaken. We zijn nog wel het eerste aanspreekpunt voor de overheid, want dat schept duidelijkheid en we kennen de weg. We zien het ook als onze rol.’

Tijden veranderen en daarmee ook de rol van dorpsbelang, benadrukt Hommes.

‘Het is niet meer zoals vroeger dat dorpsbelang weet wat een dorp wil.

Feanwâlden is een forenzendorp waar het leuk wonen is, maar de betrokkenheid is misschien minder groot dan in een dorp met vooral ‘eigen mensen’. Daarnaast is de maatschappij veel individualistischer geworden. Op een ledenvergadering komen zo’n 30 leden en dat zijn meestal dezelfde bewoners, terwijl Feanwâlden en Feanwâldsterwal samen circa 4000 inwoners hebben. Hoe kunnen wij als dorpsbelang namens al deze bewoners spreken als we niet weten wat ze willen?’

Soms is het wel duidelijk dat dorpsbelang namens het hele dorp spreekt. Bij het faillissement van zorginstelling Pasana bijvoorbeeld waarbij het zorgcentrum en verzorgingstehuis in het dorp op de toch kwamen te staan, stond het dorp achter de inzet van de vereniging om de instellingen voor het dorp te behouden. ‘Maar bij minder grote zaken is dat wel eens lastiger. Bijvoorbeeld het groenonderhoud of verkeersoverlast, dat moeten wijken en buurten in eerste instantie zelf zien op te lossen. Als dorpsbelang bellen we niet meer achter iedere kapotte lantaarnpaal aan.’

Het is een zoektocht hoe je burgerparticipatie vorm geeft, vervolgt ze.

En die zoektocht geldt niet alleen voor dorpsbelang, maar ook voor de gemeente. Ook gemeenteambtenaren moeten wennen aan hun nieuwe rol en het uitbesteden van werkzaamheden aan dorpen. ‘Burgerparticipatie schiet wel eens wat door. Ik wijs het niet af, maar zie het nog niet zo goed voor me. Met alleen een zak geld ben je er niet. Laat een dorp zelf bepalen wat belangrijk is, daar sta ik wel achter. Maar hoe regel je dat? Niemand weet nog hoe dat moet.’

In het project lokale democratie gaat een groep van bestuursleden van dorpsbelang, dorpsbewoners, de dorpencoördinator van de gemeente, ondernemers en gemeenteambtenaren samen met Jaap Koen Bijma van Doarpswurk een nieuwe vorm van samenwerking zoeken. De groep gaat workshops van deskundigen volgen en met een pilotproject aan de slag. ‘Bijvoorbeeld over hoe je het draagvlak van een dorpsgemeenschap kunt meten, zodat je als dorpsbelang of andere commissie weet dat je namens het hele dorp spreekt. We moeten van oude lijnen af en nieuwe modellen zoeken’, legt Hommes uit.

Wanneer is het project geslaagd? ‘Als we een methode hebben ontwikkeld die werkt en waar we een poosje mee verder kunnen. En voor mij persoonlijk is het geslaagd als inwoners zich er bewust van zijn dat we het met z’n allen moeten doen en dat iedereen naar draagkracht zijn schouders eronder zet. En dat er begrip is dat dorpsbelang niet meer alles oplost.’

Tekst en foto: Ida Hylkema

Deel dit bericht: