Hoe is het om te starten als dorpencoördinator in Coronatijd?

Hoe is het om te starten als dorpencoördinator in Coronatijd?

16 april 2020


Catharina Zeldenrust en Kirsty Koldijk begonnen op 1 februari met hun nieuwe baan als dorpencoördinator bij gemeente De Fryske Marren. De gemeente was niet nieuw voor hen. Catharina werkte sinds 1986 bij de voormalige gemeente Lemsterland en heeft jarenlang op de afdeling Belastingen gewerkt. Ze miste het contact en wilde graag weer met mensen werken en er op uit. Kirsty werkte op de afdeling Samenleving en zat veel achter haar bureau, ze wilde graag de gemeente in: mensen ontmoeten. Ze solliciteerden als dorpencoördinator en waren druk bezig om zich in te werken totdat het Coronavirus zich aandiende.

Doarpswurk is benieuwd hoe zij de afgelopen weken hebben beleefd.
Via videobellen namen we contact op met Catharina en Kirsty.

Wat betekende het moment waarop de eerste maatregelen werden ingevoerd voor jullie?
Kirsty vertelt dat het ‘een heel vreemd moment’ was. Ze kreeg net een rondleiding in het gebied dat ze zou overnemen van haar voorganger, toen er plotseling een telefoontje van het afdelingshoofd kwam. Hij vertelde dat alle grote bijeenkomsten niet meer mochten doorgaan. ‘Dat betekende ook dat we de afscheidsreceptie voor onze collega-dorpencoördinator, die met vervroegd pensioen ging per direct moesten afzeggen. We zijn in een hok gaan zitten en hebben alle email-adressen van alle genodigden opgezocht en een mail gemaakt om de afscheidsreceptie af te blazen. Heel raar, we hebben nog steeds niet echt afscheid van hem genomen’, het was voor Kirsty een onwezenlijk moment.

‘We moesten acuut naar kantoor komen.
Op kantoor werd ons verteld dat alle evenementen waren afgelast.’

Op die donderdag dacht Kirsty nog: ‘Op maandag mag ik vast wel op kantoor zitten.’ Dat was niet het geval. Iedereen moest zoveel mogelijk thuiswerken. Alle ledenvergaderingen van dorpsbelangen werden afgezegd. Omdat Kirsty nog maar net begonnen was, had ze nog niet kennisgemaakt met al haar nieuwe collega’s en besturen van dorpsbelangen: ‘Soms moest ik me eerst nog via de telefoon voorstellen.’
Catharina zat op kantoor toen Kirsty haar belde: ‘We gaan zo naar kantoor, want we moeten het hele afscheidsfeest afzeggen.’ Die middag is ze met collega’s gaan zitten om de receptie af te blazen. ’s Avonds stond er nog een overleg gepland in Sondel en dat was direct ook de laatste: ‘Dan denk je nog twee weken en dan is het hopelijk wel weer over, maar dat is niet zo.’
In Sondel was er nog geen sprake van 1,5 meter afstand, maar er werden al geen handen meer geschud. ‘Het voelde allemaal onwerkelijk’ vertelt Catharina. Kirsty vult aan: ‘We mochten geen live gesprekken meer voeren met meer dan 3 mensen, zelfs wijkteams mochten dat niet meer.’

Hoe bevalt het thuiswerken?
‘Het langslopen bij collega’s mis ik heel erg’, zegt Kirsty, ‘dat werkt heel goed, je stelt even een vraag en de collega verwijst je direct door naar de juiste persoon.’ Catharina en Kirsty werken normaal in een grote kantoortuin, waar je gemakkelijk bij de collega’s langs kunt lopen.
Mensen werken allemaal thuis en kunnen meer hun tijd zelf indelen: ‘Het contact gaat gewoon door. Iedereen doet zijn best, maar je weet nooit wanneer iemand aan het werk is of niet. Op kantoor is iemand er, of niet’, dat is soms wel lastig vertelt Catharina.
Het werk dat Catharina en Kirsty normaal in 24 tot 26 uur doen, verdelen ze nu over vijf dagen. ‘Dat doen we ook om bereikbaar te zijn voor de dorpen’, aldus Kirsty. Normaal waren beide dames op pad in de gemeente, ook in de avonduren, maar dat kan nu niet meer. ‘Ik had laatst te maken met plannen voor het vervangen van de riolering in een dorp. Ik dacht wel ik ga er even heen rijden’ vertelt Kirsty, ‘maar even kijken vanuit de auto hoe de situatie is.’ Catharina heeft ook een lijstje gemaakt waar ze volgende week even langs wil rijden: ‘Als je er bent geweest, begrijp je de situatie beter.’

Jullie zijn net begonnen als dorpencoördinator. Waar loop je tegen aan?
‘Persoonlijk contact, even met mensen tegelijk overleggen. Nu heb ik vaak met één iemand een overleg’, zegt Kirsty. Daarnaast weet Kirsty nu minder goed wat er speelt in haar gebied: ‘Ik kan mijn collega-dorpencoördinatoren altijd bellen, die hebben meer ervaring. Maar dan denk ik moet ik weer bellen, dan voel ik me soms bezwaard.’
Dat herkent Catharina wel: ‘Ik kan mijn voorganger ook bellen, maar dat wil ik wel beperken.’ Vanmorgen had ze nog een voorbeeld waar ze nu tegen aan loopt: ‘Moest ik even wat doorsturen naar een dorpsbelang. Normaal hoor je dan, dat doen we zo en niet zo.’

Naast dorpencoördinator pakt Kirsty tijdelijk haar oude functie weer op. Er is op sommige plaatsen meer werk ontstaan door de Coronacrisis. Zo houdt zij zich nu ook bezig met het leerlingenvervoer: ‘Dan denk ik vandaag ga ik dit doen en dan plopt er opeens weer wat in het leerlingenvervoer op. Dan voel ik me wel eens wat bezwaard, omdat ik aan sommige dingen uit mijn nieuwe baan niet toe kom. Dat voelt voor mij niet goed, maar ik kan er niets aan doen’ zegt Kirsty als ik doorvraag waar ze tegen aanloopt.

Zijn er ook mooie dingen die jullie nu meemaken, die je anders misschien niet zou meemaken?
‘Vorige week belde Catharina met dorpsbelang Nijemirdum. Daar was een mooi initiatief ontstaan vertelde de voorzitster. In een straat met veel ouderen organiseerde iemand met een omroepinstallatie een straatbingo. Na het eten zaten alle bewoners aan tafeltjes en stoeltjes in de straat bingo te spelen. Via de omroepinstallatie werden de cijfers omgeroepen’, een erg leuk initiatief volgens Catharina in deze bijzondere tijd.
Gemeente De Fryske Marren heeft mantelzorgers bedankt met een bloemetje, Catharina heeft ook een route gereden: ‘Dat vond ik heel mooi om te doen.’
Beiden hebben ze regelmatig contact met de Plaatselijke Belangen. Kirsty: ‘Dan hoor ik dat er veel saamhorigheid is. Ook in streken die wat meer afgelegen liggen. Mensen doen boodschappen voor elkaar, supermarkten zijn ’s avonds een uurtje open speciaal voor kwetsbaren, er worden paaseitjes rondgebracht, er ontstaan allemaal leuke dingen.’

En wat is het eerste wat jullie gaan doen als de Coronacrisis voorbij is?
Catharina gaat als eerste: ‘Naar mijn dochter om haar aan te ‘krûpen.’ Ook Kirsty gaat eerst naar haar ouders toe: ‘We hebben nu wel contact, maar komen niet langs.’
‘Ik mis de gezelligheid, even gezellig uit eten, naar een pubquiz, even wat drinken in het plaatselijke café’, dat zijn dingen waar Kirsty naar uitkijkt. Ook Catharina mist de gezellige dingen: ‘Zomaar even ergens heen gaan. Nu vraag je je af moet ik dat wel doen? Kan ik dat wel doen? Ik doe het überhaupt niet.’ ‘Even naar het strand, even een bakje doen, even naar de stad’, is een van de dingen die Catharina gaat doen zodra het weer mag.

Tekst: Hendrik Tamsma
Eigen foto’s van Catharina & Kirsty, bewerkt door Hilco Wiersma

Deel dit bericht: