Kleine dorpen in krimpregio’s niet verder op achterstand

Door 30 maart 2017Nieuws

Het gaat naar omstandigheden goed met kleine afgelegen dorpen in krimpregio’s. De bestaande sociaaleconomische achterstand op andere dorpen is door de economische crisis niet groter geworden. Dat staat in de publicatie ‘Dorpsleven tussen stad en land’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Het rapport is de slotpublicatie van de reeks ‘Sociale Staat van het Platteland’ waarin het SCP een beeld schetst van het dorpsleven van de vijf miljoen Nederlanders die wonen op het platteland en van de veranderingen in de dorpen sinds de millenniumwisseling. In de publicatie wordt een verschil gemaakt tussen vier dorpstypen: grote of kleine dorpen dichtbij de stad of juist afgelegen. Bij de kleine dorpen wordt onderscheid gemaakt tussen ligging in een krimpgebied of daarbuiten.

De bevolkingskrimp op het platteland varieert: in dorpen rond de stad is de omvang min of meer stabiel, terwijl de krimp in kleine afgelegen dorpen fors is. De grote dorpen vergrijzen iets sneller dan de kleine dorpen, maar bij alle dorpstypen stagneert de ontgroening en is de daling van het aantal jongvolwassenen tot stilstand gekomen.

Uit  het onderzoek blijkt dat de kloof tussen afgelegen dorpen en dorpen bij de stad niet groter is geworden. Dat geldt zowel voor de krimpgebieden als daarbuiten. Er is sprake van een sociaaleconomische achterstand, maar deze is niet verslechterd. Bewoners van afgelegen dorpen hebben gemiddeld een lager opleidings- en beroepsniveau en een lager besteedbaar inkomen.

Bewoners van kleine afgelegen dorpen in krimpregio’s hebben te maken met een snellere afname van voorzieningen, maar zij zijn de leefbaarheid over het algemeen niet negatiever gaan beoordelen. Het verdwijnen van de voorzieningen was de belangrijkste reden voor een negatieve beoordeling. Bewoners die juist een positieve ontwikkeling zagen, noemden het vaakst de mentaliteit van de medebewoners en de sociale vitaliteit. Bewoners van afgelegen dorpen in krimpregio’s zetten zich ook vaker in als vrijwilliger of als deelnemer van een bewonersinitiatief.

In dorpen met meer voorzieningen hebben bewoners meer contacten in het dorp en ervaren ze meer sociale samenhang. Ook is er een relatie met vergrijzing. In kleine dorpen met relatief veel ouderen hebben bewoners wat minder contact met elkaar en doen zij ook iets minder vaak vrijwilligerswerk. Het verdwijnen van voorzieningen en de verdergaande vergrijzing kunnen negatief uitwerken voor de leefbaarheid en de sociale samenhang op het platteland, stelt het SCP in de publicatie Dorpsleven tussen stad en land.

Tekst: Ida Hylkema

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone