Wethouder Wassink vertelt hoe het is om te starten in coronatijd

Wethouder Wassink vertelt hoe het is om te starten in coronatijd

29 april 2020


Bert Wassink begon op 1 april als wethouder in de gemeente Leeuwarden. Daarvoor was hij ruim vijf jaar burgemeester op Terschelling. Wassink is geen onbekende in bestuurlijk Nederland. Eerder was hij raadslid in de Drentse gemeente Aa en Hunze en wethouder voor diezelfde gemeente. Wassink was helemaal nog niet bezig om nog ergens wethouder te worden. Out of the blue werd hij gebeld met de vraag of hij eens wilde praten over het wethouderschap. ‘Praten kan altijd, dat kost niets’, vertelt Wassink.

Wassink werkte al vijf jaar in deze omgeving en voor zijn werk was hij ook vaak in Leeuwarden. Daarnaast deed de gemeente Leeuwarden Wassink – wat betreft het aantal dorpen – denken aan de gemeente Aa en Hunze. ‘Ik vind het mooi om te kijken of ik in Leeuwarden een positieve bijdrage kan leveren, ik heb er heel veel zin in’, zegt Wassink via een videogesprek. Doarpswurk wil graag weten hoe het is om als wethouder te starten in coronatijd en maakte een afspraak voor een gesprek met Wassink.

Op 28 februari maakte u bekend wethouder te worden in Leeuwarden. In de laatste weken als burgemeester van Terschelling barstte de coronacrisis uit, hoe heeft u die laatste weken als burgemeester ervaren?

‘Als een rollercoaster. Begin januari had ik laten weten eind 2020 te vertrekken als burgemeester, maar eind februari gaf ik plotseling aan al op 1 april weg te gaan. Dat vond niet iedereen prettig. Het was een verrassing. Ik ga weg en al op 1 april en daarmee zadelde ik anderen met werk op, want er moest een vervanger komen’, vertelt Wassink. Een dikke week na de bekendmaking brak het coronavirus uit. Wassink kon zich daardoor op geen enkele manier voorbereiden op het wethouderschap. Hij moest vol aan de bak mee in de ontwikkelingen van de coronacrisis om alles in goede banen te leiden.

Zo was opeens Wassink bijvoorbeeld extra vaak te zien op Terschelling TV om de eilanders op de hoogte te houden. In één van de afleveringen (begin maart) werd hem gevraagd wat hij van de uitspraak van premier Rutte vond dat iedereen zoveel mogelijk thuis moest blijven. Wassink zei toen spontaan: ‘Ik moet me daarbij aansluiten. Blijf thuis en kom niet naar Terschelling.’ Dat was niet een fijne boodschap, maar wel noodzakelijk.

In de dagen daarna had Wassink veel contact met ondernemers en huisartsen. Het mocht niet te druk worden op het eiland, omdat het eiland een beperkt aantal huisartsen heeft.  ‘Er waren ernstige zorgen, dit kunnen wij niet aan. Ik kon niet anders dan op te roepen om thuis te blijven’, vertelt Wassink, ‘het was wel een bijzondere periode.’

Wat waren lastige momenten in die laatste weken als burgemeester?
Wassink hoeft niet na te denken: ‘Als je als burgemeester van Terschelling moet zeggen blijf thuis, dan is dat een moeilijke boodschap. Hoewel die stoelt op de mening van artsen, je komt wel aan de portemonnee van ondernemers’. ‘Het zal je maar gebeuren dat jouw bedrijf waar je bij staat in gaat storten, er was nog niet van alles geregeld’, dat waren lastige momenten vertelt Wassink.

Wat kun je dan als burgemeester doen?
‘De vervelende boodschap verkondigen, maar ook begrip tonen voor de moeilijke situatie. Bijna iedereen snapte wel dat er geen andere keuze was’, vertelt Wassink. ‘Aan de ene kant is er onbegrip, want de inkomsten van eilanders vallen weg. Maar elke toerist is er eentje te veel, al gaat het niet om de toeristen, die zien we graag komen, maar om de hoeveelheid mensen en de druk op het zorgstelsel.’

En wat waren de mooie momenten in de laatste weken?
‘Mijn afscheid was direct geannuleerd, maar het afscheidsinterview op Terschelling TV, advertenties in de Terschellinger krant waren een mooi alternatief om afscheid te nemen’, vertelt Wassink. Nu er geen handen konden worden geschud op de afscheidsreceptie kwamen de eilanders bovendien met een alternatief afscheid. Een drone zou over het eiland vliegen waarop mensen Wassink konden uitzwaaien: ‘Mij werd verteld, dat dit plan in goede bedoelingen was gesmoord.’

Toch moest Wassink na de laatste collegevergadering nog even blijven zitten. Er was wel degelijk een film gemaakt en die werd getoond: ‘Ontroerend wat er allemaal getoond werd, over het hele eiland werd met vlaggen gezwaaid en er werden een hoop aardige dingen gezegd.’ ‘Het begon met mijn kleinkinderen en kinderen, maar ook een heleboel mensen van Terschelling. Voor mij was dat heel leuk. Dat was toch een meer bijzondere manier om afscheid te nemen dan normaal’, aldus Wassink.

Op 1 april werd u in een bijzondere raadsvergadering – door de coronacrisis waren er 21 van de 29 raadsleden aanwezig – benoemd tot wethouder. Hoe heeft u deze bijzondere benoeming ervaren?

‘Het was een bijzondere bijeenkomst. Ik ben eerder geïnstalleerd als raadslid, als wethouder en niet te vergeten als burgemeester. Die laatste was een indrukwekkende bijeenkomst op Terschelling in de kerk met een zangkoor en bloemen. En dan dit. In de raadszaal was het wel een belangrijk moment, ik zat als enige op de publieke tribune. Je weet van tevoren dat het zo is en dat het zo was afgesproken. En ik zit natuurlijk ook niet aan het begin van mijn loopbaan dus ik kan er wel mee leven’, vertelt Wassink. ‘Er zijn momenteel belangrijkere dingen aan de hand.’
‘Je wilt aan de slag en daar was groen licht voor gegeven’, zegt Wassink, maar ‘het was wel gek dat er niemand bij was en ik kreeg de bloemen toegegooid.’

En dan starten als nieuwe wethouder in coronatijd, hoe is dat?
‘Het is een bijzondere start geweest. Het is al een geweldige overgang van Terschelling naar Leeuwarden, ook qua ambtelijke ondersteuning. Het eerste wat je wil, is praten met mensen, kennis maken. Op het stadhuis lukt dat nog wel ook met ambtenaren. Menigeen ook aan tafel gehad op 1,5 meter afstand, maar je wilt praten met raadsleden, met mensen in de samenleving, vertegenwoordigers van dorpsverenigingen en dat stagneert daar heb ik wel zin om een begin mee te maken’, vertelt Wassink.
‘Feitelijke zit je de godsganse dag op dat schermpje te turen, maar je wilt eigenlijk die kennismaking doen.’

Werkt u thuis of op het stadhuis?
‘Ik heb een fantastisch mooie kamer op het stadhuis’, vertelt Wassink enthousiast. Werken op het stadhuis geeft hem ook de gelegenheid om een beetje in de stad rond te lopen en de stad te leren kennen in alle rust. ‘Gaande weg wil ik wel wat meer mensen gaan spreken, het kan me niet snel genoeg gaan. Volgende week gaan we verhuizen en dan wil ik ook eens de fiets pakken om de dorpen beter te leren kennen’, vertelt Wassink.

Als wethouder heeft u het dorpen- en wijkenbeleid in uw portefeuille. Zijn er al concrete maatregelen om ontmoetingsplaatsen te ondersteunen vanuit de gemeente?

‘We hebben gelukkig dorpen en wijkmanagers, zij houden goed in de gaten wat er speelt. Ons bereiken nog geen horrorverhalen’, zegt Wassink ‘daarnaast zijn we als gemeente aangehaakt bij de lobby om dorps- en buurthuizen in aanmerking te laten komen voor een steunmaatregel van de Rijksoverheid.’

‘De wijkmanagers houden het goed in de gaten, er zijn nog weinig berichten ontvangen’, vertelt Wassink. Het moet niet veel langer duren, maar mochten dorps- of buurthuizen tegen dingen aanlopen dan roept wethouder Wassink op om dit te melden, hoewel hij niet kan beloven dat alles direct opgelost kan worden. ‘De bomen reiken niet tot in de hemel, maar als er knelpunten zijn kunnen we altijd kijken of we daar wat aan kunnen doen’, aldus Wassink.

Wat is het meest bijzondere dat u in de afgelopen weken als wethouder hebt meegemaakt?
‘Het meest bijzondere moment had ik vorige week zaterdagavond. Ik wil kennis maken met de mensen, de stad en de dorpen, in alle opzichten om mijn werk goed te doen, en toen kwam ik terecht bij de E-stadswandeling van Henk Olijve, die ging met een camera aan de wandel door de stad’, vertelt Wassink.
‘Opmerkelijk haast bizar dat er 57.000 mensen naar die film gekeken hebben en ze zullen niet allemaal zoals ik de hele film gezien hebben, maar het was heel leuk om digitaal door de binnenstad te lopen en een toelichting te krijgen bij allerlei situaties. Als je er bij nadenkt 57.000 is heel bijzonder’, zegt Wassink.

Wat zijn knelpunten waar u tegenaan loopt?
‘Ik ben niet iemand die snel knelpunten ziet, ik ervaar ze nog niet. Dat ik niet met mensen kan praten, is een knelpunt. Uitdagingen zie ik wel. Zo ben ik ook wethouder van energie en wij moeten met z’n allen kijken hoe we verder kunnen met duurzaamheid. CO2-uitstoot tot nul terugbrengen daar moeten we ook met de dorpen in het najaar mee aan de slag. Het wordt nog een hele toer om de doelstellingen te halen, dat is een uitdaging in coronatijd’, vertelt Wassink.

Ten slotte wat is het eerste wat u gaat doen, zodra de coronacrisis voorbij is?
Daar hoeft Wassink niet lang over na te denken: ‘Als eerste ga ik mijn kinderen en kleinkinderen zien, die heb ik al heel lang niet meer gezien. Even naar Drenthe, die behoefte groeit wel.’

Tekst: Hendrik Tamsma
Foto: Bert Wassink

Deel dit bericht: