30 juni 2021

Groeipijn voor de energiecoöperatie

Dr. Beau Warbroek heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de knelpunten voor de coöperatieve beweging binnen de energietransitie. Naast deskresearch en literatuuronderzoek zijn er ook interviews gehouden in diverse provincies van Nederland, waaronder Fryslân.

Nederland is in beweging. In wijken en dorpen ontstaan burgerinitiatieven die zich bezig houden met de energietransitie. Zij organiseren zich vaak in coöperatieve vorm: energiecoöperaties. Deze burgerinitiatieven kunnen een belangrijke rol spelen in de energietransitie.

In dit onderzoeksrapport duikt Beau Warbroek in de wetenschappelijke literatuur om de factoren te achterhalen die de coöperatieve beweging belemmeren in haar ontwikkeling. Met behulp van negen interviews met adviseurs en ervaringsdeskundigen duidt hij vervolgens de bevindingen uit de literatuur. Zo zijn ervaringen in kaart gebracht in de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel en Limburg.

De onderzoeksresultaten tonen aan dat het huidige energiesysteem ingesteld is op grootschalige en gecentraliseerde opwek van duurzame energie door grote marktpartijen. Een concreet voorbeeld hiervan is de regelgeving vanuit het Rijk welke in zeer beperkte mate faciliterend werkt voor energiecoöperaties. Omdat de lobby richting Den Haag om regelingen als de SDE+ aan te passen nauwelijks effectief is gebleken, pleit dit des te meer voor de onmiskenbare rol die gemeenten, provincie en dus de lokale en regionale politiek spelen in de ontwikkeling van energiecoöperaties.

In de governance-context zijn veel factoren te noemen die belemmerend werken voor energiecoöperaties. Zo is er wet- en regelgeving en werkwijzen voor overheden om samen te werken met het bedrijfsleven, maar vallen energiecoöperaties tussen wal en schip. Samenwerking met gemeenten loopt daardoor stroef omdat gemeenten over het algemeen gewend zijn om top down beleid te ontwikkelen en implementeren. Een soepele samenwerking met energiecoöperaties vereist een cultuurverandering, bij ambtenaren, wethouders en raadsleden. Nog regelmatig ontstaan knelpunten wanneer een energiecoöperatie aanloopkosten maakt voor projectontwikkeling, de schop in de grond gaat en er vergunningen verleend, leges betaald, of bestemmingsplannen gewijzigd moeten worden.

De literatuur en praktijk tonen aan dat de druk op vrijwilligers een groot risico en knelpunt is voor energiecoöperaties. Externe expertise en kennis blijven dan ook van cruciaal belang. Deze belemmeringen zorgen ervoor dat de coöperatieve beweging last heeft van groeipijn.

De belemmeringen zorgen ervoor dat:
• Er minder energiecoöperaties bij komen (Fryslân, Groningen, Drenthe, Limburg).
• Projecten moeizaam worden gerealiseerd (Fryslân, Groningen, Overijssel).
• Het klantenaantal van energiecoöperaties in beperkte mate toeneemt (Groningen en Fryslân).

De lessen die we uit de lokale productie van duurzame energie door energiecoöperaties kunnen trekken moeten we als uitgangspunt nemen voor de aanpak voor de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving en de Omgevingswet. Dit betekent onder andere dat er een strategische en gecoördineerde ondersteuning van energiecoöperaties nodig is met een langetermijnvisie van hoe burgerinitiatieven een bijdrage kunnen leveren aan maatschappelijke transities.

Tekst (aangepast door Doarpswurk): Dr. Beau Warbroek, wetenschappelijk onderzoeker (voor contact beauwarbroek@outlook.com)
Foto: Doarpswurk